Elke werkdag om 19:00 op NPO 1 /></h3>
    <span class=

  • Adriaan van Dis: 'Ik mocht niet op televisie'

    Rubriek: DWDD Extra

    Adriaan van Dis DWDD Heimwee Hier is

    Meer dan 200 schrijvers, waarvan 80% internationaal, kwamen tussen 1983 en 1992 op gesprek bij Adriaan van Dis. 'Hier is... Adriaan van Dis' wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als 'het beste boekenprogramma op de Nederlandse televisie ooit' en Van Dis kreeg er in 1986 zelfs een Zilveren Nipkow-schijf voor het beste tv-programma voor. Meer dan twintig jaar na de laatste uitzending staat DWDD nog met liefde een avond zijn plek af aan de meester van het boekengesprek. Maar hoe heeft het programma eigenlijk ooit zo'n legendarische status weten te verkrijgen? We vragen het Van Dis zelf.

    In 1983 moest u nog debuteren als schrijver, hoezo werd u de presentator van het belangrijkste boekenprogramma dat Nederland ooit gekend heeft? Werd u gevraagd?
    ‘Ik wilde heel graag op televisie en dat tetterde ik ook overal rond. Maar ik mocht niet op televisie, omdat ik te bekakt praatte. Kon ik het helpen dat op mijn lagere school alle fietsen nu eenmaal een veurwiel hadden? Maar goed, ik werkte toen bij het NRC Handelsblad en mijn collega Arend Jan Heerma van Voss hoorde mij zo tetteren. Hij speelde mijn naam door aan de VPRO en zodoende mocht ik meedenken over een nieuw satirisch programma. Na twee maanden waren we er nog niet uit en toen, ik zou het nu nooit meer durven, schreef ik op een a4-tje aan de rest; ‘La formule, c’est moi.’ Die formule was een soort DWDD, met gesprekken en sketches. Dat zijn we toen gaan doen, maar al snel bleek dat politici te bang zijn om te praten over andere zaken dan politiek en dat we niet goed waren in grappen maken. De beste gesprekken waren altijd met schrijvers en zo veranderde het langzaam in een boekenprogramma.’

    Waarom wilde u zo graag op televisie?
    ‘Heel infantiel; ik wilde als jongetje heel graag beroemd worden. Ik zat op de toneelschool en ging met zelfgeschreven toneelstukjes de huizen langs. Ik had een grote behoefte aan erkenning en applaus. Het is een complex iets, want na een televisie-uitzending durfde ik drie dagen niet naar buiten. Maar in feite is dat het: een enorme behoefte aan zichtbaarheid. Ik kan het nog wel verder herleiden hoor. We woonden vroeger met drie gezinnen in één huis, dus dat was één groot pandemonium. Niemand, niemand luisterde naar mij. Want iedereen had de oorlog meegemaakt en ik niet. Dat zit er als diepste achter: ik wilde ontzettend graag dat de mensen nou ook eens naar mij luisterden.’

    Als u willekeurig aan het programma terugdenkt, welke gesprekken komen er dan voorbij in uw hoofd?
    ‘Willem Frederik Hermans, maar vooral het twééde gesprek dat ik met hem had. De eerste keer hadden we enorme ruzie gehad, het liep volledig uit de hand. Enfin, het bekende fragment: het is vast ergens terug te vinden. Na afloop had ik enorme zweetplekken onder mijn oksels. Hermans tilde mijn arm op, keek en zei: ‘Ik heb het u wel moeilijk gemaakt, hè?’ Ik vond hem direct weer een enige man; een half uur na die uitzending was het kwaad uit de lucht. Maar we hebben de kranten uiteraard de ruzie lekker breed laten uitmeten. Twee jaar later hebben we dus het tweede gesprek gehad. Op het eerste keek ik met schaamte terug, maar met dat tweede was ik heel blij.

    Schaamte?
    'Ja, natuurlijk. Ik hou absoluut niet van conflicten! Meestal was het juist heel erg vriendelijk, maar dat onthouden mensen natuurlijk minder goed.’

    En de andere twee gesprekken?
    ‘Het vermaarde flirtgesprek met Annie Cohen-Solal, die ik als één van de weinige ook nog vaker spreek. Omdat het heel gezellig was, maar ook omdat het heeft geleid tot het meest ongelezen boek in de Nederlandse boekenkasten. Ze had een dikke pil over het existentialisme geschreven, maar je moest er echt op studeren om door die eerste 100 bladzijden heen te komen. Maar ja: er waren slechts 2 netten toentertijd, half Nederland was verliefd op haar geworden door ons gesprek en er vlogen 60.000 exemplaren over de toonbank.’

    ‘Het derde gesprek waar ik met veel plezier aan terugdenk was in een uitzending met Michel Tournier, mijn lievelingsschrijver. Vier maanden had ik Frans gestudeerd. De andere schrijver was een Nederlander, een stuk minder bekend: Frans Pointl. De B-gast om het oneerbiedig te zeggen. En die was lastig, omdat hij stikzenuwachtig was: hij wilde maar van één kant gefilmd worden, we moesten bij hem thuis langskomen om naar zijn kleren te kijken et cetera. In de uitzending zat hij te trillen als een espenblad, dus ik wilde hem geruststellen en zei: ‘wat heeft u een prachtig pak aan.’ ‘Ja, antwoordde Frans, ‘dat is mijn begrafenispak.’ Nou, de zaal vond het prachtig en was natuurlijk meteen het moeilijk te volgen gesprek met die Fransman vergeten. Het werd een fantastisch gesprek en zelfs Tournier noemde hem later: ‘le schlemile perfecte’.

    Dan stop je zo ongelofelijk veel tijd in een goed gesprek en dan wint de toevalstreffer…
    ‘Geweldig! Daarom heb ik ook nooit een voorgesprek gedaan. Die halen vaak alle spontaniteit eraf. De ruzies waar men nu altijd naar verwijst komen allemaal doordat ik de schrijvers niet van tevoren had gesproken. Als Hermans had geweten dat ik behoorlijk veel verstand had van Zuid-Afrika, was hij er nooit met zo’n gestrekt been ingevlogen. Voorbereiding is wel heel belangrijk, maar daar had ik veel meer tijd voor dan mensen nu kunnen nemen: ik heb als een student zitten blokken. Het was maar één keer in de maand, dus ik kon het ook echt helemaal lezen. Ook al ben ik een ontzettend langzame lezer.

    Onhandige eigenschap voor een schrijver…
    ‘Ja, maar ik heb van mijn handicap mijn grootste kracht gemaakt. Ik was de enige van mijn lagere school die naar de MULO moest. Op mijn rapporten stond altijd: ‘Adje Doet Heel Druk’. Dat hebben ze later afgekort tot ADHD.  En, het voelt modieus om te zeggen, ik had een dyslectische achtergrond. Ik heb dus van mijn vierde tot mijn twintigste bijles Nederlands gehad, omdat ik zo langzaam las. Het voordeel was dat ik zo de boeken heel goed onthield. Op de MULO las ik het boek Karakter, van Borderwijk en dat is nog altijd het belangrijkste boek uit mijn leven. Het gaat over wilskracht en heeft ervoor gezorgd dat ik na de MULO doorging en me omhoog werkte door alle schooltypes heen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik een hartstochtelijk bruggenbouwer ben: ik praat graag over boeken, met iedereen. En dat is iets dat zeldzaam is in de literatuur, want de elite deelt niet graag. Als de gewone man een boek mooi vindt, hoeft de elite het niet meer te lezen.'

    Waarom heeft u eigenlijk de eerste keer dat DWDD u benaderde ‘ja’ gezegd om het programma nogmaals te doen?
    ‘Matthijs was verbaasd dat ik toestemde, maar het leek me wel een leuk idee eigenlijk. Ik vind DWDD namelijk een geweldig sympathiek programma, omdat jullie ook zo bezig zijn met bruggen bouwen. Er worden opera’s toegankelijk en wetenschap begrijpelijk gemaakt en het enthousiasme waarmee dat gebeurt vind ik fijn. Ik wilde het dus wel eens proberen, kijken of het werkt. En de tweede keer zei ik ja, omdat ik er plezier in had. Maar ik doe het nog één keer en dan is het afgelopen.’

    Waarom denkt u dat we het, 24 jaar na de laatste uitzending, nog altijd over dit programma hebben?
    ‘Wat ik van mensen meestal hoor is dat het komt doordat de gesprekken nog steeds gaan over dingen die ons nu bezighouden. Het ziet er natuurlijk gedateerd uit en sommige boeken zijn niet eens meer te krijgen, maar over de onderwerpen zou je nu nog altijd kunnen praten. Dat is te danken aan de enorm goede redactie, dat waren echt mannen en vrouwen van formaat: onder andere NRC-columnist Bas Heijne zat daarbij. Mijn persoonlijkheid speelt natuurlijk ook een rol; het theatrale is leuk om naar te kijken. In Leiden speelt een groep studenten mij na. Die verkleden zich als Van Dis, met een zakdoekje in hun pochet, iets dat ik al lang niet meer doe, en zetten een deftig accent op. Prachtig vind ik dat, wat wil een mens nog meer?’

    DWDD Heimwee: Hier is… Adriaan van Dis wordt donderdag 10 maart uitgezonden om 19:00 uur op NPO1. De gasten zijn: Rodaan Al Galidi, Andrew Soloman en Katja Petrowskaja. In de uitzending van 7 maart legde Van Dis uit waarom hij juist hen gekozen had voor deze editie:

Gerelateerd